In deze zaak is een verzoek ingediend tot schorsing en ontslag van de door de rechtbank benoemde vereffenaar van de nalatenschap van de overleden erflater. De verzoekster en een belanghebbende stelden dat er gewichtige redenen waren om de vereffenaar te ontslaan, onder meer vanwege vermeend nodeloos procederen en onvoldoende informatieverstrekking.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de nalatenschap geen schulden meer kent behalve het loon van de vereffenaar en dat de woning inmiddels is verkocht en geleverd. Alle erfgenamen wensen dat de vereffenaar haar werkzaamheden voortzet tot de overdracht van de woning.
De rechtbank oordeelt dat de taak van de vereffenaar feitelijk is beëindigd en dat er geen belang meer is bij het verzoek tot ontslag. Ook het verzoek tot schorsing wordt afgewezen. Het verzoek om bepaalde gegevens te overleggen wordt eveneens afgewezen en het verzoek van de vereffenaar tot proceskostenveroordeling wordt niet-ontvankelijk verklaard.
De beslissing is genomen door rechter M.J. Smit en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2019. Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld.