Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] , [woonplaats] ,
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
twee (2) jaren;
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 6.320,00;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2019 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer] ten aanzien van de schadeposten medicijnen, extra voeding, eigen risico zorgverzekering, behandelingen psycholoog, toekomstige behandelingen psycholoog en verlies arbeidsvermogen en voor wat betreft het meer gevorderde ten aanzien van de schadeposten ziekenhuisopname en immateriële schade niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- wijst de vordering van [slachtoffer] wat betreft het meer gevorderde af;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 6.320,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 66 dagen hechtenis;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;