ECLI:NL:RBMNE:2019:4567
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging afpersing in Rhenen
Drie mannen werden verdacht van poging tot afpersing van een aangever voor 60.000 euro in november 2017 in Rhenen. De officier van justitie baseerde zich op verklaringen van de aangever en getuigen, die een bedreiging en geweld zouden bevestigen.
De rechtbank achtte de verklaring van de aangever kernbetrouwbaar, maar vond dat deze onvoldoende was zonder aanvullend bewijs. De partner van de aangever, als getuige, had wisselende en tegenstrijdige verklaringen die afweken van die van de aangever, waardoor haar verklaringen niet betrouwbaar werden geacht. Een andere getuige had alleen gehoord wat de aangever vertelde, wat niet als zelfstandig bewijs kon dienen.
Ook tapgesprekken en ander dossiermateriaal boden onvoldoende concreet bewijs. De rechtbank concludeerde dat het bewijs niet voldeed aan het vereiste bewijsminimum en sprak de verdachten daarom vrij van alle ten laste gelegde feiten. Het geschorste bevel tot bewaring werd opgeheven.
Uitkomst: De verdachten zijn vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs voor poging afpersing.