ECLI:NL:RBMNE:2019:4539
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs diefstal met geweld en wederrechtelijke vrijheidsberoving
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van diefstal met geweld en wederrechtelijke vrijheidsberoving op 8 juni 2016 te Soest. De officier van justitie stelde dat de feiten wettig en overtuigend bewezen konden worden, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte omdat verdachte niet aanwezig was bij de afpersing en vrijheidsberoving.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om vast te stellen dat verdachte de diefstal met geweld had gepleegd. De verklaring van het slachtoffer toonde aan dat het geld vrijwillig werd afgegeven, wat niet gelijk staat aan wegnemen. Daarnaast was verdachte slechts aanwezig tijdens de afpersing, maar leverde zij geen wezenlijke bijdrage aan de gedragingen die tot de afpersing leidden.
Ook ten aanzien van de wederrechtelijke vrijheidsberoving kon niet worden vastgesteld dat verdachte bewust en nauw samenwerkte met medeverdachten of een wezenlijke bijdrage leverde aan het feit dat het slachtoffer werd belemmerd in zijn vrijheid. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van diefstal met geweld en wederrechtelijke vrijheidsberoving.