ECLI:NL:RBMNE:2019:4133
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in zaak uithuisplaatsing
Verzoekster heeft op 26 juli 2019 aangekondigd een wrakingsverzoek in te dienen tegen mr. M.A.A.T. Engbers, de rechter die in een zaak over de verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing uitspraak had gedaan. De wrakingskamer heeft het verzoek per brief ontvangen op 31 juli 2019.
De wrakingskamer overweegt dat artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid in gevaar brengen. Echter, dit middel is bedoeld om te voorkomen dat een rechter die mogelijk vooringenomen is, nog langer bij de zaak betrokken blijft. Zodra een rechter een einduitspraak heeft gedaan, is de behandeling van de zaak beëindigd en voorziet de wet niet in wraking van die rechter.
De uitspraak van de rechter in de onderliggende zaak vond plaats op 26 juli 2019 tijdens een mondelinge behandeling. Daarmee was de procedure beëindigd. De latere schriftelijke vaststelling van de beschikking op 1 augustus 2019 verandert hier niets aan. Omdat het wrakingsverzoek en de aankondiging daarvan pas na de einduitspraak zijn ingediend, is verzoekster niet-ontvankelijk. De wrakingskamer ziet daarom af van een mondelinge behandeling en verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
De beslissing is genomen door de wrakingskamer van de Rechtbank Midden-Nederland op 12 augustus 2019 en is onherroepelijk.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar wrakingsverzoek omdat dit na de einduitspraak is ingediend.