ECLI:NL:RBMNE:2019:3500
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens te laat ingediend bezwaar tegen beëindiging ZW-uitkering
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn Ziektewetuitkering te beëindigen per 26 juni 2018. Dit bezwaar werd echter te laat ingediend, namelijk niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van twee weken na bekendmaking van het besluit op 29 oktober 2018.
De rechtbank stelde vast dat de bezwaartermijn van twee weken geldt voor het primaire besluit dat de geschiktheid van eiser voor werk vaststelt, zoals ook in het besluit is vermeld. Eiser voerde aan dat hij binnen zes weken bezwaar had gemaakt, maar dit betrof een ander besluit waar een langere termijn voor geldt. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar feitelijk tegen het eerste besluit gericht was, en dus de kortere termijn van toepassing is.
Eiser heeft geen reden gegeven voor het te laat indienen van het bezwaar, noch schriftelijk noch tijdens de zitting, waar hij bovendien niet is verschenen. De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Het daarop ingestelde beroep werd ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend zonder verschoonbare reden.