Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
Als je niet je woord nakomt geef ik je een gouden handdruk dat je dood gaat” dat hij, in het kader van zijn bemiddelende rol, zijn handen ervan af zou trekken als aangever [slachtoffer 1] zijn schuld niet wilde voldoen en dat ‘zij’ dan [slachtoffer 1] zouden vermoorden. Ook over andere uitlatingen heeft verdachte toegelicht dat deze ten onrechte als bedreigend worden uitgelegd door de officier van justitie.
Ja maar, als het eenmaal zo ver is, dan kom ik niet meer met de motorclub, maar dan kom ik alleen”. [voornaam van slachtoffer 1] zei dat hij zijn motor ook al had ingeleverd voor 15.000 euro. [voornaam van verdachte] zegt vervolgens tegen [voornaam van slachtoffer 1] dat hij wordt aangeslagen voor 80 ruggen. [.] verbetert [voornaam van verdachte] echter en zegt dat het om 75 ruggen gaat. [6] Uiteindelijk zijn [voornaam van verdachte] en [voornaam 3] weggegaan en is [voornaam van slachtoffer 1] in zijn eentje achter gebleven. [7]
nders help ik je van je ziekte af”. Verdachte heeft tevens verklaard dat hij voor de gehele incasso-opdracht 5.000,00 euro zou krijgen. [10]
afspraken die je hebt gemaakt, als je niet je woord nakomt geef ik je een gouden handdruk dat je dood gaat, maak ik je per direct af.” [12] Vervolgens zei verdachte tegen [voornaam van slachtoffer 1] : “
als je je woord nu niet houdt aan mij, aan hem en aan hem, dan heb je echt een probleem [voornaam van slachtoffer 1] .” [13]
uit de auto van die [slachtoffer 1] te halen wat van hem (verdachte en zijn mededader)” en onder 1 en 2, te weten “
(vervolgens) meermalen, althans eenmaal, contact op te nemen met die [slachtoffer 1] en zijn moeder en die zus thuis op te zoeken” feitelijk kunnen worden bewezen. Het dossier biedt echter geen steun voor de stelling dat deze feitelijke handelingen ook hebben bijgedragen aan de dwang die uitging van de bedreiging voor [slachtoffer 1] om over te gaan tot afgifte van zijn motorfiets.
geef ik je een gouden handdruk dat je dood gaat”, laat deze bedoeling onverlet dat uit de bewijsmiddelen volgt dat hij direct daarna tegen [slachtoffer 1] heeft gezegd: “
maak ik je per direct af”. De rechtbank is van oordeel dat deze uitspraak niet anders kan worden geïnterpreteerd dan als een bedreiging tegen het leven van [slachtoffer 1] .
– gezamenlijk – willen verwezenlijken. De samenwerking kan blijken uit (uitdrukkelijke of stilzwijgende) afspraken, een feitelijke taakverdeling, de aanwezigheid ten tijde van het delict of het zich niet distantiëren daarvan.
5.BEWEZENVERKLARING
- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zijn leven zou worden beëindigd en hem iets zou worden aangedaan en
- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd "je gaat het mij nu geven" of "je gaat ons nu helpen" en "anders help ik je meteen van je ziekte af" en (daarbij) heeft gezegd dat hij, die [slachtoffer 1] , er niemand bij moet betrekken en maar voor één iemand bang hoeft te zijn en
- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat hij (in een kofferbak) zou worden meegenomen en (vervolgens) naar leden van de ( [afkorting] ) [...] zou worden gebracht, welke leden hem wel even zouden helpen en iets aandoen,
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
10.BESLISSING
gevangenisstrafvan
12 maanden;
mrs. N.E.M. Kranenbroek en K.J. Veenstra, rechters, in tegenwoordigheid van
mr. R.A.L. van Dreumel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van
17 juli 2019.