Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- De sectie op het lichaam van het slachtoffer door de deskundige van het NFI heeft tot de conclusie geleid dat het overlijden van het slachtoffer volledig wordt verklaard door hersenletsel ten gevolge van een doorschot door het hoofd. Het door het doorschot ontstane hersenletsel was niet verenigbaar met het leven.
- Aan het lichaam van het slachtoffer zijn verder geen tekenen van extern inwerkend geweld.
- In de hal van de woning werd een inschotbeschadiging in de muur aangetroffen, op een hoogte van tussen de 188 en 189 van de vloer.
- Boven de trap werd, vanuit de hal, een inschotbeschadiging aan de muur van het trappenhuis gezien. Achter de balustrade werd op de vloer een fragment van een kogelmantel aangetroffen.
- In de hal naast de trap is een huls aangetroffen. In de woonkamer is een koperkleurige mantel van een projectiel aangetroffen.
- Op aanwijzen van verdachte werd een patroonmagazijn, kaliber 7.62mm, aangetroffen in de beplanting nabij de kruising van het [kruising] te Almere.
- Op aanwijzen van verdachte is in de Lage Vaart te Almere een vuurwapen (zonder magazijn) aangetroffen. Het is een pistool van het merk Zastava, model 57, kaliber 7,62mm x 25 (7,62mm Tokarev).
- Uit onderzoek door het NFI naar het vuurwapen is gebleken dat er nog een verschoten huls in de kamer van de loop van het vuurwapen aanwezig was.
- Aan het vuurwapen is door het NFI technisch onderzoek verricht. De bevindingen daarvan komen samengevat op het volgende neer Uit onderzoek naar het vuurwapen bleek dat de bladveer in het wapen is gebroken. Doordat de bladveer is gebroken en voor het grootste deel niet meer aanwezig is, zal de tuimelaar de hamer niet of slechts voor een klein gedeelte “vangen” als deze wordt gespannen. De hamer kan worden gespannen door deze met de hand (duim) naar achteren te drukken of door de slede naar achteren te trekken. Als de gespannen hamer of de slede wordt losgelaten, is de kans groot dat de hamer zonder de trekker te bedienen naar voren zal schieten (ontspannen). Als er een patroon in de kamer aanwezig is, kan een schot worden gelost. Als de gespannen hamer wel door de tuimelaar wordt gevangen kan door het overhalen van de trekker de hamer worden ontspannen waardoor een schot wordt gelost. De gespannen hamer kan echter ook door een tik/slag tegen het wapen worden ontspannen waardoor er een schot wordt gelost. De mogelijkheid bestaat daarbij dat er wederom een schot wordt gelost zonder de trekker te bedienen. Dit zal zich blijven herhalen totdat er geen patronen meer in het patroonmagazijn aanwezig zijn, de hamer (bij toeval) volledig door tuimelaar wordt gevangen of dat er een uitwerpstoring optreedt. Een uitwerpstoring kan optreden wanneer de slede of de hulsuitwerpopening aan de zijkant van het pistool (deels) wordt geblokkeerd door bijvoorbeeld kleding of een lichaamsdeel zoals een hand. Ook kan een uitwerpstoring optreden als het pistool niet of niet voldoende stevig wordt vastgehouden tijdens het lossen van een schot.
- Tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 26 juni 2019 heeft de vuurwapendeskundige van het NFI hierover onder meer nog het volgende verklaard:
- Er is een 3D-visualisatie uitgevoerd van het schietincident in de woning die betrekking heeft op drie door het Openbaar Ministerie aangeleverde scenario’s en één door de verdediging aangeleverd scenario. Het scenario van de verdediging is als volgt: ‘De verdachte heeft handschoenen aan en heeft het wapen in de rechterhand en zijn wijsvinger bij de trekker. Vervolgens gaat ongewild een schot af en valt de verdachte achterover met zijn hoofd in de richting van het trappenhuis. Hij hoort slechts één knal. Mogelijk is bij het achterovervallen een tweede schot afgegaan in de richting van het trappenhuis.’ Van de door het Openbaar Ministerie aangeleverde scenario’s kon het scenario dat sprake is geweest van een worsteling waarbij het vuurwapen is afgegaan niet beoordeeld worden, omdat tijdens een worsteling oneindig veel posities van het slachtoffer en de schutter mogelijk zijn. Wel beoordeeld zijn het scenario dat verdachte met gestrekte arm heeft gericht op het slachtoffer waarbij het wapen is afgegaan en het scenario dat verdachte het vuurwapen in zijn hand had op heuphoogte waarbij het wapen is afgegaan toen zij beiden omlaag keken in de richting van het wapen. Bij die beide scenario’s is ten aanzien van het tweede schot gesteld dat door de terugslag van het eerste schot de hand van verdachte met daarin het wapen is gekanteld, waarna om wat voor reden dan ook een tweede schot is gevolgd.
- De beoordeling van de scenario’s is gebaseerd op de verkregen resultaten van de eerder uitgevoerde onderzoeken van de onderzoeksgebieden pathologie, schotresten en wapens en munitie van het NFI en de resultaten van het radiologisch onderzoek van het Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC). Voor de beoordeling van de scenario’s zijn voorts een aantal aannames gedaan, waaronder de positie van de schutter in de hal. Dit is de positie die de verdachte heeft aangegeven tijdens de reconstructie in de betreffende woning. De 3D-reconstructie is afgezet tegen de aangeleverde scenario’s. De scenario’s zijn beoordeeld op de mate van waarschijnlijkheid.
- De bevindingen ten aanzien van de schootsafstand en de schootsbaan passen bij de posities van de schutter en het slachtoffer tijdens het lossen van het eerste schot zoals weergegeven in de hiervoor genoemde beoordeelde scenario’s van het Openbaar Ministerie en van de verdediging.
- De schootsbaan van het tweede schot past ten aanzien van de scenario’s van het Openbaar Ministerie niet bij de bevindingen van het onderzoek. De bevindingen passen wel bij de positie van het vuurwapen tijdens het tweede schot zoals weergeven in het scenario van de verdediging.
Anderzijds zijn er bevindingen die erop zouden kunnen duiden dat de verklaring van verdachte klopt en dat het slachtoffer het wapen heeft meegebracht naar het huis van verdachte. Op de telefoon van het slachtoffer zijn een groot aantal foto’s van (vuur)wapens aangetroffen en een chatgesprek over de verkoop van een alarmpistool. Ook dit is echter onvoldoende om vast te kunnen stellen dat de verklaring van verdachte klopt en dat het slachtoffer het wapen meenam naar verdachte.
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal met nummer PL0900-2018058076-84, opgemaakt door [verbalisant 1] , brigadier van politie, werkzaam bij het team forensische opsporing van de Politie Eenheid Midden-Nederland, houdende het relaas van verbalisant met betrekking tot het aantreffen van een magazijn (pagina’s 70 en 71 ‘Forensisch Dossier’);
- het ‘Proces-verbaal Onderwaterzoeking’ met nummer PL0900-2018058076-110, opgemaakt door [verbalisant 2] van het Team Forensische Opsporing van Politie Eenheid Midden Nederland en gesloten op 15 juni 2018, houdende het relaas van verbalisant met betrekking tot het aantreffen van een vuurwapen, merk / type Tokarev M57 (pagina 78 van het ‘Forensisch Dossier’);
- het ‘Wapen- en munitieonderzoek naar aanleiding van een schietincident in Almere op 27 februari 2018’ van het NFI, gedateerd 2 augustus 2018, opgesteld door B. Jacobs, NFI-deskundige wapens en munitie (pagina’s 227 en 228 van het ‘Forensisch Dossier’);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte ‘Proces-verbaal Sporenonderzoek’ met nummer PL0900-2018058076-67 en gesloten op 25 april 2018, houdende het relaas van diverse verbalisanten, onder meer ten aanzien van het aantreffen van munitie in de woning aan de [adres] te [woonplaats] (pagina’s 16, 18 en 19 van het ‘Forensisch Dossier’).
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 57 van het Wetboek van Strafrecht en
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie,
12.BESLISSING
gevangenisstrafvan
5 maanden;
- verklaart [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vorderingen kunnen worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- bepaalt dat de kosten worden gecompenseerd, in die zin dat verdachte en de benadeelde partijen ieder hun eigen kosten dragen.