ECLI:NL:RBMNE:2019:3109
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak rechter
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die op 23 mei 2019 een einduitspraak had gedaan in zaaknummer UTR 19/1887. De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk was omdat de wet niet voorziet in wraking na het wijzen van een einduitspraak. De procedure was daarmee beëindigd en de wraking kon geen doel meer dienen.
De wrakingskamer besloot af te zien van een mondelinge behandeling vanwege de kennelijke niet-ontvankelijkheid van het verzoek. De beslissing werd genomen door de voorzitter en twee leden van de wrakingskamer, en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2019. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Deze uitspraak bevestigt dat wraking alleen mogelijk is zolang de behandeling van de zaak nog niet is afgerond met een einduitspraak, en beschermt daarmee de rechtszekerheid en de onpartijdigheid van de rechterlijke procedure.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat de rechter al een einduitspraak had gedaan.