Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiser 1] en [eiser 2] , te [woonplaats] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest, verweerder
[naam derde-partij], te [vestigingsplaats 1] , gemachtigde: mr. M.H. Fleers.
Rechtbank Midden-Nederland
Verweerder heeft aan een derde-partij een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woon-zorginstelling, waarbij gebruik is gemaakt van de bevoegdheid tot binnenplanse afwijking van het bestemmingsplan. Eisers, buren van het perceel, hebben beroep ingesteld tegen dit besluit en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de afwijking in goothoogte van twee gebouwen binnen de toegestane 10% afwijking valt en dat de belangenafweging door verweerder zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is uitgevoerd. Eisers voerden aan dat hun privacy onvoldoende is meegewogen en dat de toename van verkeersbewegingen en geluidsbelasting onvoldoende is betrokken, maar deze gronden zijn door de rechtbank verworpen.
Daarnaast is geoordeeld dat de verklaring van geen bedenkingen voor beschermde plant- en diersoorten correct is verleend en dat er geen ontheffing vereist was. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit in stand kan blijven, verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.