Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
geboren op [1976] te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] , [adres] .
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
1.TENLASTELEGGING
2.VOORVRAGEN
3.WAARDERING VAN HET BEWIJS
4.BEWEZENVERKLARING
5.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
6.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
7.OPLEGGING VAN STRAF
8.BENADEELDE PARTIJ
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
10.BESLISSING
gevangenisstraf van 3 maanden;
taakstraf van 200 uren;
- wijst de vordering van [slachtoffer] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1.385,-;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde aan materiële schade niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 december 2017 tot de dag van volledige betaling;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 1.385,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 december 2017 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 23 dagen hechtenis;
- bepaalt dat verdachte van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.