Eiseres vordert vergoeding van schade veroorzaakt door verweerder, die onherroepelijk is veroordeeld voor poging tot doodslag. Het hof kende reeds €5.000,00 immateriële schade toe, waarbij een hoger bedrag in de strafzaak werd afgewezen vanwege onevenredige belasting van het strafproces.
De rechtbank stelt vast dat verweerder geen verweer voert en neemt het arrest als vaststaand aan. De mishandeling bestond uit het dichtknijpen van de keel, stomp- en messteken. De onrechtmatige daad heeft zowel immateriële als materiële schade veroorzaakt.
Eiseres kan geen hoger smartengeld vorderen dan het in het strafproces toegewezen bedrag zonder voorbehoud. Het restant van de immateriële schade (€26.785,00) en materiële schade (€115.000,00) kan in een schadestaatprocedure worden vastgesteld. De rechtbank kent een voorschot toe van €75.000,00, gebaseerd op aannemelijke arbeidsongeschiktheid en huishoudelijke hulpkosten.
Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van schade, betaling van het voorschot en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.