Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling
960,--
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer werd op staande voet ontslagen wegens fysiek geweld tegen een collega en verbale bedreiging van andere collega's. De werkgever bracht bewijs aan via getuigenverklaringen en schriftelijke stukken, waaruit bleek dat de werknemer een collega hard aan de mouw trok waardoor deze viel, en dreigende taal uitsprak.
De kantonrechter oordeelde echter dat deze gedragingen, gezien de context van een langdurig conflict over de temperatuur op de werkvloer en het feit dat de bedreigde collega’s zich niet persoonlijk bedreigd voelden, onvoldoende ernstig waren om als dringende reden voor ontslag op staande voet te dienen. Het ontslag werd daarom als onrechtmatig beoordeeld.
De werknemer had recht op een transitievergoeding, een vergoeding wegens onregelmatig ontslag en een billijke vergoeding, waarbij rekening werd gehouden met zijn lange dienstverband, het feit dat hij snel ander werk vond maar met slechtere arbeidsvoorwaarden, en het verwijtbaar handelen van de werkgever door het directe ontslag zonder lichtere sanctie.
Een vordering tot schadevergoeding wegens schending van de scholingsverplichting werd afgewezen omdat de werkgever voldoende scholing bood voor de functie. Het overeengekomen concurrentiebeding werd vernietigd wegens onduidelijke geografische reikwijdte en onbillijke benadeling van de werknemer.
Tot slot werden proceskosten en buitengerechtelijke incassokosten toegewezen aan de werknemer. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt niet rechtsgeldig verklaard; werknemer krijgt transitievergoeding, billijke vergoeding, vergoeding onregelmatig ontslag en concurrentiebeding wordt vernietigd.