ECLI:NL:RBMNE:2019:2005
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige machtiging voor gedwongen opname bij dementie vanwege onvoldoende gevaar
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van de officier van justitie om een voorlopige machtiging te verlenen voor gedwongen opname van betrokkene, een persoon met de diagnose vasculaire dementie. Betrokkene verblijft zelfstandig en ontvangt hulp van verschillende zorgverleners, waaronder een wijkverpleegkundige en een sociaal psychiatrisch verpleegkundige in opleiding. De geneeskundige verklaring en het behandelingsplan werden overgelegd.
Tijdens de zitting werden de standpunten van de betrokkenen gehoord. De advocaat van betrokkene pleitte primair voor afwijzing, stellende dat de situatie niet ernstig genoeg is voor gedwongen opname en dat betrokkene graag thuis wil blijven wonen. De zorgverleners gaven aan dat er zorgen zijn over het toezicht en de veiligheid, mede door suikerziekte en cognitieve problemen, maar dat betrokkene nog veel zelf kan en dat er mogelijkheden zijn om de thuissituatie te verbeteren.
De rechtbank oordeelde dat hoewel er sprake is van een stoornis in de geestvermogens, het vereiste gevaar voor lichamelijk letsel of maatschappelijk ten onder gaan niet voldoende is aangetoond. Het gevaar kan worden beperkt door aanvullende thuiszorg en hulpmiddelen zoals een sleutelkluis. De rechtbank concludeerde dat een voorlopige machtiging op dit moment niet gerechtvaardigd is en wees het verzoek af. De mogelijkheid blijft open om bij verslechtering opnieuw een verzoek in te dienen.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige machtiging voor gedwongen opname wordt afgewezen wegens onvoldoende gevaar en niet uitgeputte thuismogelijkheden.