ECLI:NL:RBMNE:2019:1737
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die zijn aanhoudingsverzoek had afgewezen. Hij stelde dat de rechter partijdig was, hem de mond snoerde en de zaak wilde afraffelen. De rechter ontkende deze beschuldigingen en stelde dat het wrakingsverzoek werd gebruikt als middel om de procedure te vertragen.
De wrakingskamer onderzocht het verzoek aan de hand van artikel 512 Sv Pro en beoordeelde of er sprake was van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Uit het proces-verbaal en een filmopname bleek dat de rechter de regie voerde, verzoeker ruim de gelegenheid gaf om zijn standpunten te uiten en niet partijdig handelde.
De kamer oordeelde dat het wrakingsverzoek ongegrond was en dat het gebruik van wrakingsverzoeken door verzoeker misbruik van recht vormde om de strafprocedure te vertragen. Daarom werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 april 2019.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt ongegrond verklaard en verdere wrakingsverzoeken worden niet in behandeling genomen.