ECLI:NL:RBMNE:2019:1218
Rechtbank Midden-Nederland
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens eerdere betrokkenheid bij strafzaak
In deze zaak verzocht een rechter zich te mogen verschonen van behandeling van een bestuursrechtelijke zaak over geslachtsnaamwijziging. Dit verzoek werd ingediend op grond van haar eerdere rol als voorzitter van de meervoudige strafkamer die de onderliggende strafzaak behandelde, waarin een onherroepelijke veroordeling was uitgesproken.
De verschoningskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 8:19 en Pro 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij het uitgangspunt is dat rechters onpartijdig worden vermoed tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aannemelijk maken. De kamer stelde dat ook de schijn van partijdigheid voldoende kan zijn om verschoning toe te wijzen.
Gezien de eerdere betrokkenheid van verzoekster bij de strafzaak achtte de kamer het verzoek gegrond. De rechter voelde zich niet vrij om de bestuursrechtelijke zaak te behandelen, wat de schijn van partijdigheid kan wekken. Daarom werd het verzoek tot verschoning toegewezen en de zaak aan een andere rechter overgedragen.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt gegrond verklaard vanwege de schijn van partijdigheid.