ECLI:NL:RBMNE:2019:1217
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- S.C. Hagedoorn
- A. van Dijk
- G.J.J.M. Essink
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingsverzoek tegen rechter in civiele erfrechtzaak wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de bodemzaak behandelde waarin werd betwist of de erflater wilsbekwaam was bij het opmaken van zijn testament. Het eerste wrakingsverzoek was gebaseerd op het niet tijdig reageren van de rechter op berichten van een benoemde deskundige, wat verzoekster interpreteerde als vooringenomenheid. De rechter gaf aan dat het antwoord wel was opgesteld maar niet was verzonden door een administratieve fout.
Daarnaast richtte het aanvullende wrakingsverzoek zich op de beslissing van de rechter tot rolvoeging van de bodemzaak met een handelszaak en het aanhouden van de beslissing in die zaak, wat volgens verzoekster duidde op een vooringenomenheid gericht op vernietiging van het testament. De rechter motiveerde deze procedurele beslissingen met het voorkomen van complicaties en onnodige kosten.
De wrakingskamer oordeelde dat de gedragingen van de rechter geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid opleverden. De procesbeslissingen waren begrijpelijk en niet onredelijk. De wrakingskamer verklaarde het verzoek ongegrond en bepaalde dat de bodemprocedure voortgezet wordt in de stand van schorsing.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt ongegrond verklaard en de bodemprocedure wordt voortgezet.