ECLI:NL:RBMNE:2019:1186
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Loonsanctie terecht opgelegd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen
Eiseres, werkgever van werknemer die sinds september 2015 arbeidsongeschikt is, kreeg een loonsanctie opgelegd omdat zij onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht tijdens de wachttijd. De werknemer diende een WIA-uitkering in, maar deze werd niet in behandeling genomen vanwege de loonsanctie.
In het beroepschrift betwistte eiseres niet de onvoldoende inspanningen, maar stelde zij dat werknemer aan het einde van de wachttijd geen benutbare mogelijkheden had om te re-integreren en dat deze situatie ten minste drie maanden zou voortduren, wat een uitzondering vormt op het opleggen van een loonsanctie volgens de Werkwijzer Poortwachter.
De rechtbank beoordeelde een brief van de behandelend arts en concludeerde dat hoewel deze een actuele weergave van de gezondheidstoestand van werknemer gaf, hieruit niet bleek dat werknemer geen benutbare re-integratiemogelijkheden had. Hervatting van reguliere werkzaamheden is niet gelijk aan mogelijkheden voor re-integratieactiviteiten, die beperkter kunnen zijn.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de loonsanctie terecht is opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De loonsanctie is terecht opgelegd omdat onvoldoende re-integratie-inspanningen zijn verricht en geen sprake is van geen benutbare re-integratiemogelijkheden die ten minste drie maanden voortduren.