Eiser verzocht op 1 maart 2016 telefonisch om inzage in het dossier van Veilig Thuis. Verweerder verstrekte slechts een beperkt deel van het dossier, waarbij stukken die betrekking hebben op de (ex)echtgenote van eiser werden geweigerd. Na bezwaar verklaarde verweerder dit bezwaar ongegrond. Eiser stelde dat de procedure onzorgvuldig verliep en dat hij onrechtvaardig werd behandeld, maar de rechtbank oordeelde dat eiser geen betrokkene is voor de geweigerde stukken en daarom geen recht op inzage heeft.
De rechtbank bevestigde dat de stukken die betrekking hebben op de (ex)echtgenote van eiser niet vallen onder artikel 5.3.2, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en dat eiser daarom geen recht op inzage heeft. De ervaren onrechtvaardigheid en procedurele klachten van eiser konden hieraan niet afdoen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en verwees naar de mogelijkheid van hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van het vonnis.