ECLI:NL:RBMNE:2018:93

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 januari 2018
Publicatiedatum
12 januari 2018
Zaaknummer
16/652673-16 (ontnemingsvordering)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid oproeping in ontbindingsvordering wegens niet-naleving wettelijke voorschriften

In deze zaak betreffende een ontbindingsvordering heeft de rechtbank Midden-Nederland vastgesteld dat de oproeping aan betrokkene niet op de wettelijk voorgeschreven wijze is betekend. Betrokkene, geboren in 1974 en woonachtig te een woonplaats, was niet correct opgeroepen volgens de procedurele regels die de wet voorschrijft.

De rechtbank concludeert dat deze niet-naleving van de oproepingsvoorschriften leidt tot nietigheid van de oproeping. Dit betekent dat de procedure niet rechtsgeldig is gestart en dat de oproeping geen juridische gevolgen kan hebben.

De beslissing werd genomen door de voorzitter en twee rechters, waarbij twee rechters niet in staat waren de beslissing mede te ondertekenen. De griffier was eveneens aanwezig bij de openbare terechtzitting op 12 januari 2018.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de oproeping nietig wegens niet-naleving van de wettelijke voorschriften.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Parketnummer : 16/652673-16 (ontnemingsvordering)
Datum : 12 januari 2018

Beslissing in de zaak tegen

[betrokkene]

geboren op [1974] te [geboorteplaats]
wonende te [woonplaats] [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene.

OVERWEEGT

De rechtbank constateert dat de oproeping niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan betrokkene is betekend. De oproeping is daarom nietig.

BESLISSING

De rechtbank verklaart de oproeping nietig.
Aldus gegeven door mr. R.B. Eigeman, voorzitter, mrs. C.A. de Beaufort en H. Bakker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B. van Dam, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 januari 2018.
Mrs. R.B. Eigeman en H. Bakker zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.