ECLI:NL:RBMNE:2018:92

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 januari 2018
Publicatiedatum
12 januari 2018
Zaaknummer
16.652674-16 (ontnemingsvordering)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietige oproeping in ontbindingsvordering wegens niet-naleving wettelijke voorschriften

In deze zaak oordeelt de rechtbank Midden-Nederland over een ontbindingsvordering waarbij de oproeping aan betrokkene niet op de wettelijk voorgeschreven wijze is betekend. Betrokkene, geboren in 1973 en woonachtig te een adres, werd niet correct opgeroepen volgens de wettelijke eisen.

De rechtbank constateert dat de niet-naleving van de voorgeschreven oproepwijze een fundamenteel procesrechtelijk gebrek vormt. Dit leidt tot de conclusie dat de oproeping nietig is, waardoor de procedure op dit punt niet rechtsgeldig is gestart.

De rechtbank verklaart daarom de oproeping nietig en kan op basis hiervan geen verdere behandeling van de zaak toestaan. De beslissing werd genomen door de voorzitter en twee rechters, waarbij twee rechters niet in staat waren mede te ondertekenen.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de oproeping nietig wegens niet-naleving van de wettelijke voorschriften.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Parketnummer : 16.652674-16 (ontnemingsvordering)
Datum : 12 januari 2018

Beslissing in de zaak tegen

[betrokkene] ,

geboren op [1973] te [geboorteplaats]
wonende te [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene.

OVERWEEGT

De rechtbank constateert dat de oproeping niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan betrokkene is betekend. De oproeping is daarom nietig.

BESLISSING

De rechtbank verklaart de oproeping nietig.
Aldus gegeven door mr. R.B. Eigeman, voorzitter, mrs. C.A. de Beaufort en H. Bakker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B. van Dam, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 januari 2018.
Mrs. R.B. Eigeman en H. Bakker zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.