Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Deprocedure
- de schriftelijke vordering van de officier van justitie ten bedrage van € 125.696,40, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;
- het strafdossier onder parketnummer 16/652234-17 waaruit blijkt dat de veroordeelde op 7 maart 2018 door de meervoudige strafkamer van deze rechtbank is veroordeeld terzake van –kort gezegd– hennepteelt tot de in die uitspraak vermelde straf;
- het ‘Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij’ van 10 januari 2017;
- de overige stukken;
- en de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting.
2.De beoordeling van de vordering
3.De toepasselijke wettelijke voorschriften
4.De beslissing.
€ 26.462,40(zegge: zesentwintigduizend vierhonderdtweeënzestig euro en veertig eurocent);
€ 26.462,40(zegge: zesentwintigduizend vierhonderdtweeënzestig euro en veertig eurocent) ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;