ECLI:NL:RBMNE:2018:832
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. E.J.W. Verhaagh als behandelend rechter in een bestuursrechtelijke zaak. De behandeling van het wrakingsverzoek werd op 24 november 2017 onderbroken en op 13 februari 2018 hervat. Tijdens de voortzetting lichtte verzoeker zijn wrakingsverzoek toe.
De wrakingskamer overwoog dat volgens artikel 8:16 lid 1 Awb Pro een wrakingsverzoek tijdig moet worden ingediend zodra de feiten of omstandigheden bekend zijn die de rechterlijke onpartijdigheid kunnen schaden. Verzoeker had zes weken na de zitting van 5 oktober 2017 het verzoek ingediend en stelde dat hij direct na de zitting wist dat hij wilde wraken en aan het verzoek begon te werken, maar door persoonlijke omstandigheden vertraagd was.
De wrakingskamer oordeelde echter dat het direct weten van de wrakingsgrond na de zitting en het starten met het schrijven van het verzoek niet leidt tot verschoonbaarheid van de te late indiening. Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. De procedure in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van schorsing wegens het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.