Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift met twee producties
- het verweerschrift met zeven producties
- de mondelinge behandeling op 9 januari 2018
- de schriftelijke aantekeningen van de zijde van [verzoekster] .
Rechtbank Midden-Nederland
Een minderjarige leerling is tijdens een gymles van de basisschool, waarvoor SKO het bevoegd gezag is, van een trapezoïde gevallen en heeft daarbij een hersenschudding opgelopen. De leerling was bijna acht jaar oud en had ruime ervaring met het beklimmen van trapezoïdes.
De moeder van de leerling vorderde namens haar kind een verklaring voor recht dat SKO aansprakelijk is voor de geleden en nog te lijden schade, stellende dat SKO tekort is geschoten in haar bijzondere zorgplicht door het ontbreken van matten rondom de trapezoïdes. SKO voerde verweer en stelde dat aan de zorgplicht voldoende was voldaan.
De rechtbank oordeelt dat de bijzondere zorgplicht niet vereist dat leerlingen voor ieder mogelijk risico worden behoed, zeker niet bij gymoefeningen waarbij leerlingen hun grenzen verkennen en risicocompetentie ontwikkelen. Het specifieke valrisico was aanwezig op de bank tussen de trapezoïdes, waar matten lagen, maar niet rondom de trapezoïdes zelf. Omdat de trapezoïde een bekend toestel is en er geen sprake was van een verhoogd valrisico bij het beklimmen, was het niet noodzakelijk extra matten neer te leggen.
De rechtbank concludeert dat SKO haar zorgplicht niet heeft geschonden en wijst het verzoek af. De proceskosten worden begroot op € 3.423,00, het bedrag waar verzoekster om had gevraagd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot aansprakelijkheid af en begroot de proceskosten op € 3.423,00.