Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 januari 2018 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
[bedrijf] BV, te [vestigingsplaats] , gemachtigde: dr. E. Kraaier.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres ontving een WIA-uitkering die per 17 januari 2017 werd beëindigd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Verweerder baseerde dit besluit op medische en arbeidskundige rapportages. Eiseres voerde aan dat de medische beoordeling onjuist was en dat haar klachten onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep het dossier zorgvuldig had onderzocht, inclusief een eigen onderzoek en overleg met de huisarts. De rapportages waren inzichtelijk gemotiveerd en er was geen aanleiding om de medische beoordeling onjuist te achten. Eiseres had geen nieuwe medische informatie aangeleverd en haar subjectieve klachtenbeleving was onvoldoende om de beoordeling te weerleggen.
Ook de arbeidskundige rapportages waren voldoende gemotiveerd en toonden aan dat eiseres de geduide functies kon verrichten. Gezien deze bevindingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.