ECLI:NL:RBMNE:2018:6683
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Advocatendeclaraties niet verschuldigd wegens niet informeren over gefinancierde rechtsbijstand
In deze civiele procedure vordert een advocatenkantoor betaling van een openstaande declaratie van €18.958,78 van een cliënt. De cliënt erkent de opdracht, maar stelt dat de advocaat hem niet heeft geïnformeerd over de mogelijkheid van gefinancierde rechtsbijstand (toevoeging), waardoor hij de overeenkomst ontbindt en betaling weigert.
De rechtbank stelt vast dat het verzet tegen het verstekvonnis tijdig is ingesteld en dat de gedragsregels voor advocaten ook gelden voor de vennootschap die de advocaat voert. De klacht van de cliënt over het niet informeren over de toevoeging kan door de rechter worden beoordeeld, ondanks een lopende tuchtprocedure.
De rechtbank oordeelt dat de cliënt in januari 2015 waarschijnlijk in aanmerking kwam voor gefinancierde rechtsbijstand, gezien het peiljaar en de aard van het geschil. De advocaat heeft nagelaten hierover te overleggen, wat een toerekenbare tekortkoming oplevert. Daarom wordt de vordering tot betaling van het openstaande bedrag afgewezen en het verstekvonnis vernietigd.
De cliënt krijgt een schadevergoeding van €10.382,- toegewezen, zijnde het bedrag dat hij onterecht betaalde minus de hypothetische toevoegingsbijdrage. De vordering tot afgifte van stukken wordt afgewezen wegens onvoldoende belang. De advocaat wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De advocaat is toerekenbaar tekortgeschoten door niet te informeren over gefinancierde rechtsbijstand, waardoor de cliënt niet gehouden is tot betaling van het volledige declaratiebedrag en een schadevergoeding van €10.382,- wordt toegewezen.