ECLI:NL:RBMNE:2018:648
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omgevingsvergunning voor middelzware horeca ondanks bestemmingsplan
Eiseres, eigenaar en bewoner van een woning boven twee cafés, stelde beroep in tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Almere om omgevingsvergunningen te verlenen voor het gebruik van deze panden als middelzware horeca, in strijd met het bestemmingsplan. De vergunningen werden verleend op grond van een ontheffing en onder verwijzing naar de Gemeentelijke Visie, waarin een afwijkingsmogelijkheid werd gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat de Gemeentelijke Visie rechtsgeldig was vastgesteld en de eerdere Horecanota 2000 was ingetrokken. De visie bood een motivering voor afwijking van het bestemmingsplan, maar geen automatische toestemmingsbevoegdheid. Het akoestisch onderzoek en controles toonden aan dat geluidsnormen werden nageleefd en dat de ervaren geluidsoverlast niet zodanig onaanvaardbaar was dat vergunningverlening onredelijk was.
Ook de door eiseres aangevoerde overlast door parkeren van scooters en fietsen viel buiten het toetsingskader van de vergunningverlening en was een handhavingskwestie. De rechtbank stelde vast dat het college de belangen zorgvuldig had afgewogen en dat het centrumgebied een zekere mate van overlast met zich meebrengt.
Gelet op deze overwegingen concludeerde de rechtbank dat het college in redelijkheid tot het besluit kon komen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunningen worden gehandhaafd.