Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de schriftelijke vordering van de officier van justitie, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;
- het strafdossier onder parketnummer 16/705534-16, waaruit blijkt dat veroordeelde bij vonnis van 20 december 2018 van deze rechtbank is veroordeeld ter zake van – kort gezegd – medeplegen van plofkraken, deelname aan een criminele organisatie en heling van voertuigen;
- de overige stukken,
2.De beoordeling
rechtbank: veroordeelde)en dader D12 (Ede) 395 maal hoger is als ervan uitgegaan wordt dat het om dezelfde personen gaat dan als ervan uitgegaan wordt dat het om verschillende personen gaat. Prof. dr. Otten maakt hierbij de kanttekening dat een likelihood ratio (LR) van 395 niet erg hoog is in de forensische wetenschap en dat het resultaat moet worden gezien als mogelijke versterking van bewijskracht. [2]
de rechtbank begrijpt: samen 122.190). [8]
3.Toepasselijke wettelijke voorschriften
4.De beslissing
€ 81.140,00(zegge: eenentachtigduizend honderdveertig euro);
€ 81.140,00(zegge: eenentachtigduizend honderdveertig euro).