Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 januari 2018 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Wijzigingen
“Naast de ondersteuning via de basisvoorziening ontvangt u ook nog extra uren ondersteuning voor hulp bij het huishouden.
Deze toekenning voor maatwerk uren verandert niet, u houdt hetzelfde aantal extra uren als u gewend bent. [onderstreping door de rechtbank]”
“De Wethouder heeft toen in zijn algemeenheid de norm opgeschroefd naar 105 op jaar basis. Hierna is er foutief 3,5 uur per week aan belanghebbende toegekend met het besluit van 5 september 2016. (...) er vastgehouden had moeten worden aan de eerder verstrekte 3 uur.”
Bij de onder 1.4., 1.5. en 1.6. vermelde besluiten zijn met terugwerkende kracht meer uren toegekend dan bij het onder 1.2. vermelde besluit zijn toegekend, welke uren eiseres feitelijk na de onder 1.4., 1.5. en 1.6. vermelde besluiten heeft kunnen inzetten. Ten gevolge daarvan was het mogelijk om bijvoorbeeld in de periode vanaf 13 juni 2017 feitelijk 4 uur per week aan hulp in de huishouding in te zetten. Uit de door eiseres overlegde kopie van de brief van Tzorg van 6 oktober 2016 blijkt dat dit bijvoorbeeld in week 41 van 2016 is gedaan. Dit betekent echter nog niet dat in een periode aan eiseres een maatwerkvoorziening voor hulp bij de huishouding van 4 uur per week was toegekend. De stelling dat de aan haar toegekende maatwerkvoorziening van totaal 4 uur per week teruggebracht is naar 3 uur per week is dan ook onjuist.
In het bestreden besluit heeft verweerder zich voorts op het standpunt gesteld dat de wijziging ten opzichte van de oude situatie onder de Wmo niet te maken heeft met een verkeerde inschatting van de beperkingen van eiseres, maar met een nader beleid en een andere opvatting over een schoon en leefbaar huis.
Beslissing
mr. C.W.M. Maase-Raedts, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
18 januari 2018.