ECLI:NL:RBMNE:2018:626
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling en bedreiging in familiedispuut
Een 22-jarige man uit Utrecht werd verdacht van het opzettelijk beroven van de vrijheid, mishandelen en bedreigen van de partner van zijn nicht in oktober 2017. De officier van justitie baseerde haar vordering op verklaringen, DNA-sporen op een wapen, tapgesprekken en letsel bij het slachtoffer.
De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van het slachtoffer en stelde dat het bewijs onvoldoende was, mede omdat bloedsporen op het wapen verklaard konden worden door een vechtpartij tussen het slachtoffer en een medeverdachte. De rechtbank stelde vast dat het slachtoffer mishandeld was door één medeverdachte, maar dat er onvoldoende bewijs was dat verdachte en een andere medeverdachte betrokken waren bij de ten laste gelegde feiten.
De rechtbank vond geen bewijs dat verdachte en de medeverdachte samen met het slachtoffer in de woning waren waar mishandeling en bedreiging zouden hebben plaatsgevonden. Ook ontbraken ondersteunende bewijzen zoals DNA-sporen in de woning of foto- en video-opnamen. De verklaring van het slachtoffer werd niet voldoende bevestigd door andere bewijsmiddelen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Het vonnis werd uitgesproken door een meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland op 21 februari 2018.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van mishandeling, bedreiging en vrijheidsberoving.