ECLI:NL:RBMNE:2018:6229
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering en verlaging Ziektewetuitkering wegens arbeidsinkomsten
Eiseres werkte als uitzendkracht en ontving een Ziektewetuitkering nadat zij zich ziek had gemeld. Verweerder verlaagde de uitkering over januari 2018 vanwege inkomsten uit arbeid en vorderde een bedrag van €590,64 terug. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat alleen het loon over gewerkte dagen in mindering mocht worden gebracht, niet de nabetaling van vakantiegeld en niet-genoten vakantie-uren.
De rechtbank onderzocht of eiseres recht had op vrijstelling van griffierecht en oordeelde dat haar inkomen onder de 90% van de bijstandsnorm lag, waardoor zij vrijstelling kreeg. Vervolgens beoordeelde de rechtbank de inhoudelijke zaak. Verweerder had de verlaging gebaseerd op het loon dat de werkgever had opgegeven over januari 2018, exclusief de nabetaling in februari. De rechtbank vond geen bewijs dat de nabetaling was betrokken bij de verlaging.
De rechtbank stelde vast dat de te veel betaalde uitkering wettelijk moet worden teruggevorderd, tenzij bijzondere omstandigheden dit verhinderen. Eiseres had geen zodanige omstandigheden aangevoerd. Het verzoek tot kwijtschelding kon de rechtbank niet beoordelen omdat verweerder hierover niet had beslist. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de terugvordering van €590,64.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en zij moet het teveel ontvangen bedrag van €590,64 terugbetalen.