Op 15 februari 2018 mishandelde verdachte haar echtgenoot in hun woning te Almere door hem in het gezicht te slaan en een telefoon tegen zijn hoofd te gooien. Het slachtoffer verklaarde dit en toonde letsel, bevestigd door politieverbalisanten die het letsel kort na het incident constateerden. Verdachte ontkende het slaan, maar gaf toe de telefoon te hebben gegooid zonder opzet om te raken.
De rechtbank achtte het bewijs wettig en overtuigend en verklaarde verdachte schuldig aan mishandeling. Verdachte had eerder al meerdere keren haar echtgenoot mishandeld, wat strafverzwarend werd meegewogen. Ondanks de ernst van het feit vond de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur niet passend.
De rechtbank legde een taakstraf van 50 uur op, vervangbaar door 25 dagen hechtenis bij niet-naleving, en een gevangenisstraf van 33 dagen waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De voorwaardelijke straf moet voorkomen dat verdachte opnieuw strafbare feiten pleegt, mede omdat hulpverlening onvoldoende effect had gehad. De tijd die verdachte in voorarrest doorbracht wordt in mindering gebracht op de onvoorwaardelijke straf.
Daarnaast werd de tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke taakstraf wegens een eerdere mishandeling van hetzelfde slachtoffer gelast, omdat verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegde. De rechtbank wees het verzoek van de officier van justitie tot een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf af, maar vond een combinatie van taakstraf en deels voorwaardelijke gevangenisstraf passend.
Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland op 11 september 2018, waarbij de rechters rekening hielden met de ernst van het feit, de persoon van verdachte en de maatschappelijke impact van huiselijk geweld.