Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 7 november 2018;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 7 november 2018;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 31 maart 2018, genummerd 201808891-35, opgemaakt door politie
de bestuurderbij het voertuig vandaan rende. [verbalisant 2] heeft gerelateerd dat verdachte dezelfde man was als hij eerder bij het voertuig zag wegrennen. Daarbij komt dat verbalisant [verbalisant 2] heeft gerelateerd dat de deuren van de rechterzijde van het voertuig geblokkeerd waren, doordat de auto met de rechterzijde in de bosschages tot stilstand is gekomen. Dit maakt het onaannemelijk dat verdachte de auto via de passagierszijde heeft verlaten. Bovendien stond het portier aan de bestuurderszijde open. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de lezing van verdachte dan ook niet volgen. Naar het oordeel van de rechtbank is verdachte de bestuurder van de Ford geweest en is hij, gelet op de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, aldus degene die de feiten 3 en 4 gepleegd heeft.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort beschadigen;
overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
- een geldboete van € 1.000,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis;
- een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
first offender. Er dient rekening te worden gehouden met het voorarrest. Verdachte heeft zich aan de voorwaarden gehouden. De reclassering heeft geadviseerd om het jeugdstrafrecht toe te passen.
- een verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie van 21 september 2018, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor verkeersdelicten;
- een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 2 juli 2018, uitgebracht door M. Teisman, reclasseringswerker;
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 23c, 24c, 36f, 57, 62 van het Wetboek van Strafrecht en
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie en
- 2 en 10 van de Opiumwet en
- 5, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
11.BESLISSING
5 maanden;
24 maanden;
€ 800,-;