Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
hijniet heeft geschoten en dat er
niet op [slachtoffer]is geschoten. Deze verklaring heeft verdachte echter niet nader onderbouwd, naar eigen zeggen omdat hij vreest voor zijn veiligheid en de veiligheid van zijn kind en zijn moeder als hij opening van zaken geeft. Nu verdachte geen enkele uitleg heeft gegeven, is zijn verklaring niet controleerbaar en verifieerbaar. Daarentegen bevat het dossier bewijsmiddelen die de verklaring van verdachte tegenspreken, de verklaring van [slachtoffer] juist ondersteunen en zijn er – anders dan de verklaring van verdachte – geen aanwijzingen dat er op het moment van schieten andere personen in de woning aanwezig waren. Gelet op deze bewijsmiddelen acht de rechtbank de verklaring van verdachte – dat er niet op [slachtoffer] is geschoten en dat verdachte niet heeft geschoten – niet aannemelijk.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
poging tot doodslag;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en beschadigen.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF MAATREGEL
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
10.BESLISSING
gevangenisstraf van 4 jaren;