Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 oktober 2018 in de zaak tussen
mr.drs. [eiser] , te [woonplaats] , eiser
Zorginstituut Nederland, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- alle stukken gedateerd, opgemaakt of op een andere wijze gecreëerd vanaf 29 juli 2016, in het bezit van/aanwezig bij Zorginstituut Nederland ten aanzien van het geneesmiddel
- alle andere stukken met betrekking tot dexmethylfenidaat retard waar Zorginstituut Nederland op het moment van ontvangst van het Wob-verzoek over beschikt, ook indien dit stukken betreft die Zorginstituut Nederland in haar bezit heeft, maar waarbij Zorginstituut Nederland niet de gedresseerde is.
www.kpzv.nl. Document 7-9 en document 38-40 zijn voorlopige adviezen aan de SKGZ die door verweerder reeds openbaar zijn gemaakt. Document 69-72 en document 137-139 zijn beide conceptadviezen waarvan openbaarmaking op grond van artikel 11, eerste lid, van de Wob is geweigerd.
Dikke pil Stokeley zegt: (…)verwijst naar een openbare bron. Naar het oordeel van de rechtbank bevat deze passage feitelijke informatie die openbaar is en daarom ten onrechte is gelakt. Verweerder heeft in het bestreden besluit voldoende inzichtelijk gemaakt waar de betreffende passage is te raadplegen, zodat naar het oordeel van de rechtbank daarmee het besluit op dit punt voldoende draagkrachtig is gemotiveerd en de informatie door eiser geraadpleegd kan worden.
Beslissing
- verklaart het beroep gericht tegen het bestreden besluit I gegrond;