ECLI:NL:RBMNE:2018:467
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen belanghebbendheid garantsteller bij WGA-uitkeringsbesluit eigenrisicodrager
De zaak betreft een beroep van ASR Schadeverzekeringen N.V. tegen het besluit van het UWV om haar bezwaar tegen een WGA-uitkeringsbesluit niet-ontvankelijk te verklaren. ASR is garantsteller voor een failliete eigenrisicodragende werkgever en stelt dat zij belanghebbende is omdat het besluit directe financiële gevolgen voor haar heeft.
De rechtbank stelt vast dat de werknemer sinds 2012 ziekgemeld is en dat UWV in 2014 een loongerelateerde WGA-uitkering heeft toegekend, die aan de werkgever is toegerekend. Na faillissement van de werkgever in 2016 verhaalt UWV de uitkering op ASR als garantsteller. ASR heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit, dat door UWV niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank volgt UWV in de uitleg dat ASR geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb, omdat het belang van ASR voortvloeit uit de garantstellingsovereenkomst en niet rechtstreeks uit het uitkeringsbesluit. De werkgever wordt als belanghebbende aangemerkt, maar de garantsteller niet. De rechtbank verwijst naar vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep en wetsgeschiedenis die dit standpunt ondersteunen.
De rechtbank benadrukt dat ASR in procedures tegen verhaalsbesluiten wel rechtsbescherming kan verkrijgen en daarin de toerekening van de uitkering aan de werkgever kan aanvechten. Het beroep van ASR wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar van de garantsteller tegen het WGA-uitkeringsbesluit is terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belanghebbende is.