Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[veroodeelde] ,
- veroordeelde;
- de raadsvrouw van veroordeelde, mr. D.G. Nagel, advocaat te Almere;
- de officier van justitie, mr. A.M.V.C. Fellinger.
Rechtbank Midden-Nederland
Veroordeelde had een onherroepelijke taakstraf van 160 uren opgelegd gekregen, waarvan na aftrek 142 uren nog openstonden. Na herhaaldelijk niet nakomen van afspraken en het niet starten met de taakstraf, besloot de officier van justitie tot omzetting van de taakstraf in vervangende hechtenis van 71 dagen. Veroordeelde maakte bezwaar tegen deze omzetting en verzocht tevens om aftrek van reeds uitgezette dagen.
Tijdens de zitting op 10 augustus 2018 werd vernomen dat veroordeelde moeite heeft met het vinden van een stabiele situatie, waaronder huisvesting en inkomen, en dat hij een fit-test wil doen om te starten met een sportopleiding. De reclassering rapporteerde echter dat veroordeelde meerdere malen uitstel kreeg en afspraken niet nakwam, waardoor de taakstraf als onvoltooid werd beschouwd.
De rechtbank constateerde dat ondanks positieve signalen de situatie van veroordeelde broos is en er geen concreet plan is dat voldoende vertrouwen geeft in een succesvolle voltooiing van de taakstraf. Tevens speelt een lopende verdenking van een ernstig zedendelict mee, wat praktische belemmeringen kan veroorzaken. Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaarschrift ongegrond en bevestigde de omzetting van de taakstraf in vervangende hechtenis.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de omzetting van de taakstraf in vervangende hechtenis wordt ongegrond verklaard.