ECLI:NL:RBMNE:2018:3722
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in kort geding
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. A.S. Penders, de behandelend rechter in een kort geding, nadat deze op 30 juli 2018 een beslissing had genomen. De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld zonder mondelinge behandeling.
Volgens artikel 36 Rv Pro kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid in gevaar brengen, maar dit is niet mogelijk nadat de rechter een einduitspraak heeft gedaan. De rechter had op 30 juli 2018 een kop-staart-vonnis gewezen waarmee de behandeling van het kort geding was geëindigd.
De wrakingskamer concludeerde daarom dat het verzoek niet-ontvankelijk was. Tevens werd overwogen dat een eerder wrakingsverzoek reeds op 26 juli 2018 was behandeld en dat de voortzetting van het kort geding op 30 juli 2018 in stand was gebleven. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat de rechter reeds een einduitspraak had gedaan.