ECLI:NL:RBMNE:2018:3377
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingsverzoek tegen rechters in bestuursrechtelijke procedure
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de rechter die hun bestuursrechtelijke zaak behandelde, en later ook tegen de leden van de eerste wrakingskamer. Zij stelden dat de rechters niet onpartijdig zouden zijn vanwege het ontbreken van feitenonderzoek, het niet maken van geluidsopnamen, het ontbreken van hoor en wederhoor en het niet inhoudelijk behandelen van hun onderbouwing.
De wrakingskamer oordeelde dat de wrakingskamer geen feitenonderzoek verricht en dat het ontbreken daarvan geen vooringenomenheid impliceert. Het niet maken van geluidsopnamen is een gebruikelijke procesbeslissing en vormt geen grond voor wraking. Ook is geen sprake van schending van hoor en wederhoor, aangezien de wederpartij en de gewraakte rechter schriftelijk hebben gereageerd en de verzoekers voldoende gelegenheid hadden hun standpunten toe te lichten.
Verder concludeerde de wrakingskamer dat het proces-verbaal van de zitting correct is vastgesteld en dat verzoekers niet zijn belemmerd in hun toelichting. De wrakingskamer verklaarde het wrakingsverzoek ongegrond en bepaalde dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekers niet in behandeling wordt genomen om misbruik van het wrakingsmiddel te voorkomen. De procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij schorsing.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt ongegrond verklaard en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.