Omwonenden van de Wittevrouwenkade in Utrecht vorderden in kort geding een verbod op het gebruik van een pand door Stichting Arkin als behandellocatie, uit vrees voor overlast. Arkin is gespecialiseerd in verslavingszorg en gebruikt het pand deels als kantoor voor ambulante zorgteams. De omwonenden verwezen naar eerdere overlast bij andere locaties en een negatief politieadvies.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake is van actuele hinder die aan Arkin kan worden toegerekend. De overlast in de wijk wordt toegeschreven aan derden zoals coffeeshops en verslaafdenopvang, en ervaringen uit het verleden bij andere locaties zijn onvoldoende om toekomstige overlast te voorspellen. Bovendien is een buurtbeheerplan opgesteld en ondertekend door betrokken partijen, gericht op het voorkomen van hinder.
De rechtbank benadrukte dat de gemeente binnen haar bevoegdheid vrij is om te beslissen aan wie zij verhuurt. De stellingen van eisers over onvoldoende betrokkenheid en onvolledigheid van het buurtbeheerplan zijn onvoldoende onderbouwd. De vorderingen worden afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.