Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Mr. C. Bijl q.q., kantoorhoudend te Harderwijk, in hoedanigheid van curator in het faillissement van [verweerder] ,
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil over het ontslag op staande voet van verzoekster door verweerder, een familiebedrijf in zwaar financieel weer. Verzoekster trad op 1 februari 2017 in dienst als Manager Operationele Zaken. Op 25 september 2017 werd zij op staande voet ontslagen wegens het achterhouden van informatie over de voormalige directeur [A], die strafrechtelijk was veroordeeld en een terminale ziekte had.
De rechtbank oordeelt dat het ontslag van 25 september 2017 niet rechtsgeldig is omdat onvoldoende is komen vast te staan dat verzoekster wist dat de aandeelhouders niet op de hoogte waren van de situatie. Verzoekster hoefde niet uit eigen beweging de aandeelhouders te informeren, zeker niet gezien haar rapportageplicht aan [A].
Het voorwaardelijke ontslag op 9 oktober 2017 wordt wel gehandhaafd. Dit ontslag was gebaseerd op het feit dat verzoekster had ingestemd met het op naam van verweerder zetten van een huurovereenkomst en een onderzoek door een recherchebureau ten behoeve van haar privézaken. De rechtbank acht dit een ernstige schending van de verplichtingen jegens verweerder.
Verzoekster wordt veroordeeld tot betaling van de kosten van de leaseauto en verkeersboetes over de periode dat zij deze onrechtmatig gebruikte. De overige vorderingen zijn geschorst wegens het faillissement van verweerder. De procedure wordt voortgezet tegen de boedel voor het vernietigen van het eerste ontslag.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet van 25 september 2017 wordt vernietigd, het ontslag op 9 oktober 2017 wordt gehandhaafd, en verzoekster wordt veroordeeld tot betaling van leaseautokosten en boetes.