Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 juli 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
[naam derde-partij] B.V.(werkgever), te [vestigingsplaats] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser is sinds 21 november 2014 arbeidsongeschikt gemeld voor zijn functie als hoofd uitvoering elektra. Na een aanvraag voor een WIA-uitkering en het niet tijdig aanleveren van gegevens, heeft verweerder een loonsanctie opgelegd die later is bekort omdat de administratieve tekortkomingen in de re-integratieverplichtingen zijn hersteld.
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de bekorting van de loonsanctie en voerde aan dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft geleverd, onder meer door het te laat aanschaffen van een bedrijfsauto met automaat en het niet aanbieden van zijn eigen functie. Deze gronden zijn door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep uitgebreid beoordeeld en gemotiveerd afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die aanleiding geven tot herziening van het besluit. De bezwaren zijn inhoudelijk behandeld en gemotiveerd verworpen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de bekorting van de loonsanctie wordt ongegrond verklaard.