Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de beschikking van 19 juli 2017;
- de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 20 april 2018;
- de brief van het Diakonessenhuis van 24 mei 2018;
- de brief van [verzoeker] van 31 mei 2018.
2.De verdere beoordeling van het geschil
compensatie voor (de gevolgen van) het ontslag’, als doelstelling van de uitzondering voor AOW gerechtigden alleen noemt het voorkomen dat de transitievergoeding toekomt aan personen die voor hun levensonderhoud niet langer zijn aangewezen op het verrichten van arbeid. De compensatie-doelstelling houdt volgens [verzoeker] geen verband met de vraag of iemand nog is aangewezen op het verrichten van arbeid. [verzoeker] leidt dit af uit de omstandigheid dat er ook anderen dan AOW-gerechtigden zijn in de samenleving die niet op arbeid zijn aangewezen voor hun levensonderhoud, zoals IVA-gerechtigden, die wel recht hebben op een transitievergoeding. Ook werknemers die direct een nieuwe baan hebben, hebben recht op een transitievergoeding. Bovendien zijn er AOW-gerechtigden zonder aanvullende uitkering die wel op arbeid zijn aangewezen en die dus geen transitievergoeding krijgen.