ECLI:NL:RBMNE:2018:2875
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingsverzoek tegen rechter wegens afwijzing uitstelverzoek in civiele zaak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een civiele zaak over WOZ, omdat zijn verzoek om uitstel van de zitting was afgewezen. Verzoeker stelde dat hij het uitstelverzoek tijdig had ingediend conform de in de oproepbrief gestelde termijn, en dat de afwijzing onbegrijpelijk was, waardoor de onpartijdigheid van de rechter zou zijn geschaad.
De rechter stelde dat het uitstelverzoek niet binnen de gestelde termijn was gedaan en dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren die uitstel rechtvaardigden. Ook benadrukte de rechter dat een wraking niet bedoeld is als rechtsmiddel tegen een processuele beslissing zoals een afwijzing van een uitstelverzoek.
De wrakingskamer oordeelde dat persoonlijke vooringenomenheid niet was gesteld noch gebleken. De afwijzing van het uitstelverzoek is een processuele beslissing die, ook als deze onjuist zou zijn, niet automatisch leidt tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. De beslissing was niet zo onbegrijpelijk dat deze alleen als vooringenomenheid kan worden uitgelegd.
Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en werd de behandeling van de onderliggende zaak voortgezet.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt ongegrond verklaard en de zaak wordt voortgezet.