ECLI:NL:RBMNE:2018:2700
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening en misbruik wrakingsmiddel
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een huurgeschilzaak, stellende dat de rechter tijdens de comparitie op 19 februari 2018 niet objectief was geweest. Het verzoek werd echter pas op 19 maart 2018 ingediend, wat een maand na de comparitie was.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek te laat was ingediend, in strijd met artikel 37 lid 1 Rv Pro, dat bepaalt dat een wrakingsverzoek onmiddellijk moet worden ingediend zodra de feiten bekend zijn. Daarnaast werd vastgesteld dat verzoekster meerdere wrakingsverzoeken had ingediend die ongegrond waren verklaard en dat zij misbruik maakte van het wrakingsmiddel.
De wrakingskamer besloot daarom het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, de procedure voort te zetten zonder schorsing, en toekomstige wrakingsverzoeken van verzoekster in deze zaak niet in behandeling te nemen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en misbruik van het wrakingsmiddel.