ECLI:NL:RBMNE:2018:2539
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.M. Spelt
- M.E.A. Braeken
- ing. A. Rademaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen werkgever
Eiseres, werkgever van een werknemer die sinds januari 2015 arbeidsongeschikt was, kreeg een loonsanctie opgelegd omdat zij onvoldoende re-integratie-inspanningen zou hebben verricht na het vervallen van een situatie van geen benutbare mogelijkheden (GBM) per medio juli 2016.
De werknemer was aanvankelijk succesvol gere-integreerd, maar viel in april 2016 weer volledig uit. De bedrijfsarts nam toen een GBM-situatie aan, waardoor de re-integratie werd gestaakt. Verweerder, het UWV, stelde op basis van een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat vanaf medio juli 2016 weer mogelijkheden bestonden voor re-integratie en dat eiseres onvoldoende had gehandeld.
Eiseres voerde aan dat de resterende belastbaarheid van de werknemer marginaal was en dat het opstellen van een inzetbaarheidsprofiel zinloos zou zijn geweest gezien de korte resterende periode tot de WIA-aanvraag. De rechtbank oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat het niet opstellen van een inzetbaarheidsprofiel onterecht was. De werkgever had zich moeten inspannen voor re-integratie, ook al was de WIA-aanvraag nabij.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de loonsanctie handhaafde omdat eiseres onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht zonder daarvoor een deugdelijke grond aan te dragen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de loonsanctie is ongegrond verklaard wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen.