ECLI:NL:RBMNE:2018:2506

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 juni 2018
Publicatiedatum
6 juni 2018
Zaaknummer
16/659942-17 (P)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 14d SrArt. 22c Sr
Verwijzingen
12 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bezit en downloaden van duizenden kinderpornografische afbeeldingen en video's

De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte schuldig bevonden aan het bezit en downloaden van 3461 kinderpornografische afbeeldingen, waaronder 3392 foto's en 69 video's, gedurende de periode van 4 april 2008 tot en met 4 april 2016 in Bilthoven. Verdachte maakte van dit misdrijf een gewoonte, wat mede blijkt uit de omvang en frequentie van het materiaal.

Het bewijs bestond uit de aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen op de in beslag genomen gegevensdragers en de bekennende verklaring van verdachte tijdens de terechtzitting. Verdachte heeft geen verweer gevoerd tegen het bewijs en erkende schuld. De rechtbank achtte het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeerde het bezit van kinderpornografie als een ernstig delict, mede vanwege de schadelijke gevolgen voor de slachtoffers.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 180 dagen op, waarvan 179 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en een taakstraf van 240 uur. Aan het voorwaardelijke deel zijn bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder meldplicht bij de reclassering, behandelverplichting, en het verbod op seksueel getint contact met minderjarigen. De straf is mede gebaseerd op het advies van de reclassering en de ernst van het delict. De rechtbank hield ook rekening met de geringe overschrijding van de redelijke termijn en het feit dat verdachte openheid van zaken gaf.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 180 dagen gevangenisstraf, waarvan 179 dagen voorwaardelijk, en een taakstraf van 240 uur wegens bezit en downloaden van kinderpornografisch materiaal.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/659942-17 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 5 juni 2018
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] , [adres] .

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 mei 2018.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. C. Booij en van hetgeen verdachte naar voren heeft gebracht.

2.TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
in de periode van 4 april 2008 tot en met 4 april 2016 te Bilthoven 3461 kinderpornografische afbeeldingen, te weten 3392 foto’s en/of 69 films/video’s, in zijn bezit heeft gehad en dat verdachte van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

3.VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. De officier van justitie heeft zich daarbij – kort gezegd – gebaseerd op de aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen op de onder verdachte in beslaggenomen gegevensdragers en op de ter terechtzitting afgelegde bekennende verklaring van verdachte. Ten aanzien van de ten laste gelegde periode heeft de officier van justitie, naast de bekennende verklaring van verdachte hieromtrent, gewezen op pagina 75 van het dossier, waar bij een bestandsmap met kinderpornografische afbeeldingen de aanmaakdatum van 15 maart 2009 wordt genoemd.
4.2
Het standpunt van de verdachte
Verdachte heeft ten aanzien van het bewijs geen verweer gevoerd en heeft ten aanzien van het hem ten laste gelegde een bekennende verklaring afgelegd.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd en hij heeft geen vrijspraak bepleit. De rechtbank zal daarom met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen. [1]
- het proces-verbaal van bevindingen (onderzoek multimedia en beschrijving
kinderpornografisch materiaal). [2]
- het proces-verbaal van bevindingen (binnentreding en inbeslagneming); [3]
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 22 mei 2018. [4]
Gelet op het aantal aangetroffen kinderpornografische foto’s en films/video’s, alsmede de frequentie waarmee verdachte het kinderpornografisch materiaal heeft gedownload, is de rechtbank van oordeel dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal.
De rechtbank acht op grond van de vorenstaande bewijsmiddelen en hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hieronder bewezenverklaarde.

5.BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
in de periode van 4 april 2008 tot en met 4 april 2016 te Bilthoven, telkens 3461 afbeeldingen, te weten 3392 foto’s en 69 video’s van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit heeft gehad welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het met de penis en vinger oraal, vaginaal en anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
en
het met een penis oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
en
het met de vinger/hand en mond/tong betasten en aanraken van het geslachtsdeel en de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en het met een vinger/hand en mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
en
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en door de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel en billen van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling
en
het masturberen bij en ejaculeren op het gezicht en het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking hoeft en strekt tot seksuele prikkeling
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:
een afbeelding, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt.

7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8.OPLEGGING VAN STRAF

8.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door hem bewezen geachte te veroordelen tot:
- een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan een gedeelte van 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. De officier van justitie heeft gevorderd aan het voorwaardelijk strafdeel de door de reclassering geadviseerde voorwaarden te verbinden, te weten –kort gezegd–:
* een meldplicht bij de reclassering;
* een behandelverplichting bij De Waag;
* het vermijden van kinderporno, waaronder ook wordt verstaan dat verdachte zich
onthoudt van: seksueel getint communiceren met minderjarigen;
* het meewerken aan controles van zijn digitale gegevensdragers;
- een taakstraf van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis.
8.2
Het standpunt van de verdachte
Verdachte heeft ter zitting aangegeven spijt te hebben en zich te schamen voor het door hem gepleegde feit. Verdachte heeft verder aangegeven te zijn geschrokken van de door de officier van justitie gevorderde straf. Met betrekking tot de door de door de reclassering geformuleerde voorwaarden heeft verdachte zich bereid verklaard tot naleving hiervan. Volgens verdachte zal een onvoorwaardelijke gevangenisstraf hem zeer zwaar vallen.
8.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de op te leggen straffen heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer 8 jaar schuldig gemaakt aan het downloaden en het vervolgens opslaan van kinderporno. Het bezit van kinderporno is buitengewoon verwerpelijk, met name omdat bij de vervaardiging van deze afbeeldingen kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. In veel gevallen lopen de kinderen die hieraan bloot worden gesteld grote psychische schade op, die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. Verdachte moet medeverantwoordelijk worden gehouden voor genoemd seksueel misbruik van kinderen omdat hij, door het downloaden van de kinderporno, heeft bijgedragen aan de totstandkoming van de vraag naar kinderporno en het in standhouden van het circuit van kinderporno. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen en verspreiden, maar zeker ook degenen die kinderporno downloaden en verzamelen.
Uit het strafblad van 11 april 2018 is gebleken dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest ter zake van een soortgelijk feit. Deze omstandigheid wordt niet in het voor- of nadeel van verdachte meegenomen.
Reclassering Nederland heeft over verdachte een rapport uitgebracht. In dit rapport van 6 februari 2018, opgemaakt door [reclasseringswerker] , reclasseringswerker, wordt weergegeven dat de reclassering de indruk heeft dat verdachte uit angst een deels sociaal wenselijk beeld van zichzelf schetst. Verdachte heeft twijfels over zijn geaardheid, maar ontkent zich seksueel aangetrokken te voelen tot minderjarigen. Gezien het feit dat verdachte heeft bekend gedurende jaren op regelmatige basis kinderporno te hebben verzameld/bekeken is de inschatting van de reclassering dat er sprake is van risico op recidive. De hoogte van het recidiverisico is door de reclassering echter niet adequaat in schatten, omdat hiervoor onvoldoende bekend is over de omstandigheden en de persoon van verdachte. Vanwege de aard van het delict en op basis van de indrukken van de rapporteur van de reclassering is de indruk dat er bij verdachte sprake is van onderliggende psychosociale/psychologische problematiek. De reclassering heeft geadviseerd – indien de rechtbank tot een veroordeling komt – aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met – kort gezegd – de volgende bijzondere voorwaarden:
  • een meldplicht bij Reclassering Nederland;
  • het meewerken aan een intake, diagnostiek en een eventuele aansluitende behandelverplichting bij De Waag;
  • het vermijden van kinderporno. Hierbij formuleert de rapporteur de voorwaarden dat verdachte zich zal onthouden van seksueel getint communiceren met minderjarigen dan wel van gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen of waarin over seksuele handelingen met minderjarige wordt gecommuniceerd. Ook zal verdachte meewerken aan controles van in zijn bezit zijnde gegevensdragers.
Als strafverzwarende factoren neemt de rechtbank in overweging dat verdachte zich gedurende een lange periode heeft beziggehouden met het downloaden en opslaan van kinderpornografische afbeeldingen en dat op de afbeeldingen veelal zeer jonge jongens te zien waren die seksueel misbruikt werden. Het merendeel van deze afgebeelde jongens had de leeftijd van 12 jaar nog niet bereikt. Voorts neemt de rechtbank mee het feit dat de aangetroffen kinderporno gelet op de aard van de afbeeldingen (zeer expliciet waarbij sprake is van seksueel binnendringen) van de ernstigste categorie is.
In strafmatigende zin heeft de rechtbank meegewogen dat verdachte vanaf het begin met de politie heeft meegewerkt en dat hij met betrekking tot de feiten direct openheid van zaken heeft gegeven. Verdachte heeft een volledig bekennende verklaring afgelegd en heeft te kennen gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien. Zo heeft verdachte ter terechtzitting en eerder tegenover de politie verklaard dat hij zich schaamt, en heeft hij aangegeven dat hij zich sinds de inbeslagname van zijn gegevensdragers niet meer bezig heeft gehouden met het zoeken of kijken naar kinderpornografische afbeeldingen. Anders dan eerder tegenover de reclassering heeft hij ter terechtzitting ook openheid gegeven omtrent zijn beweegredenen te zoeken naar kinderpornografisch materiaal, welke volgens verdachte mede gelegen liggen in zijn seksuele voorkeur voor jongens.
Ten voordele van de verdachte heeft de rechtbank voorts meegewogen het totale tijdsverloop in deze zaak.
De rechtbank heeft voor wat betreft de op te leggen strafsoort en de hoogte van de straf gelet op de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde LOVS-oriëntatiepunten, dienende als richtsnoer voor straftoemeting. In deze oriëntatiepunten wordt bij een delict als het onderhavige een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan een kort gedeelte onvoorwaardelijk, en een taakstraf voor de duur van 240 uren genoemd.
Op grond van het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht kan voor het onderhavige feit niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Daarom zal de rechtbank van de op te leggen voorwaardelijke gevangenisstraf één dag onvoorwaardelijk opleggen. Tegen een dergelijk gecombineerde straf verzet artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht zich niet.
De rechtbank heeft ambtshalve gekeken of de afhandeling van deze zaak binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen.
De redelijke termijn is in de onderhavige zaak aangevangen bij de huiszoeking in de woning van verdachte op 4 april 2016 en de inbeslagname van de gegevensdragers van verdachte op dezelfde dag. Nu het vonnis op de datum van 5 juni 2018 is gewezen is de hierboven genoemde termijn met ongeveer twee maanden overschreden. Gelet op deze geringe overschrijding volstaat de rechtbank met de enkele constatering hiervan.
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen waarvan 179 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, alsmede een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis passend en geboden. Ter voorkoming van de kans op herhaling zullen aan het voorwaardelijk strafdeel de door de reclassering geadviseerde voorwaarden verbonden worden.
9 BESLAG
De verdachte heeft ter zitting verklaard op een eerder tijdstip afstand te hebben gedaan van alle inbeslaggenomen goederen, en heeft ter zitting zijn standpunt hieromtrent herhaald. Bij deze stand van zaken zal de rechtbank geen beslissing nemen omtrent de inbeslaggenomen goederen.

10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 57 en 240b van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11.BESLISSING

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
Oplegging straf
- veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvan
180 dagen;
- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van
179 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 3 jaren vast;
- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:
 zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
 zich ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
 medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Wetboek van Strafrecht de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:
 zich persoonlijk binnen een werkdag volgend op de datum waarop het vonnis onherroepelijk is geworden zal melden bij Reclassering Nederland op het adres Vivaldiplantsen 200 te Utrecht. Hierna moet verdachte zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
 zal meewerken aan intake en diagnostiek en een aansluitende behandeling door Forensisch Psychiatrische Polikliniek De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Verdachte zal zich houden aan de regels en aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
 zich zal onthouden van:
- seksueel getint communiceren met minderjarigen
- gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen;
- gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin over seksuele handelingen met minderjarige wordt gecommuniceerd;
* dient mee te werken aan controles van in zijn bezit zijnde gegevensdragers;
- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- veroordeelt verdachte tot een
taakstrafvan
240 uren;
- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 120 dagen hechtenis;
Dit vonnis is gewezen door mr. E.H.M. Druijf, voorzitter, mrs. G.V.M. Veldhoen en J.G. van Ommeren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. Kappel en J.J. Veldhuizen, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 juni 2018.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 4 april 2008 tot en met 4
april 2016 te Bilthoven althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, telkens 3461 afbeeldingen, te weten 3392 foto’s en/of 69 films/video’s van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit heeft gehad
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het met de/een penis en/of vinger/hand oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
en/of
het met de/een penis oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(fotonummers 5, 23, 22, 26, 6, 15, 26, 3, 7, 10, 4, collectiescan pagina 78)
en/of
het met de/een vinger/hand en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een vinger/hand en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(fotonummers 19, 17, 27, 1, 8, 21, collectiescan pagina 76 en 79)
en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of (waarna) door de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(fotonummers 9, 14, 24, 11, 13, 20, collectiescan pagina 79)
en/of
het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van een persoon die kennelijk do leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking hoeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(fotonummers 2, 12, 18, collectiescan pagina 79)
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;
(art. 240b lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht)

Voetnoten

1.Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal met BVH-nummer 2015350558 (pagina 1 t/m 106, onderzoeksnaam MDRBD15055) bevinden, volgens de in dat proces-verbaal toegepaste nummering. Wanneer paginanummers verwijzen naar andere processen-verbaal, dan wordt dit expliciet vermeld. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal die op ambtseed of ambtsbelofte en in de wettelijke vorm zijn opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
2.Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 1] en [verbalisant 2] d.d. 25 januari 2017, pag. 70 t/m 77.
3.Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 3] en [verbalisant 4] d.d. 5 april 2016, pag. 58.
4.Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 22 mei 2018.