Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.VRIJSPRAAK
5.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 januari 2018;
- het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 221, tiende alinea;
- het proces-verbaal van aangifte, p. 1001 t/m 1002;
- het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 1068 t/m 1069, eerste alinea.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 januari 2018;
- het proces-verbaal van aangifte, p. 1 t/m 3;
- het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 17.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 januari 2018;
- het proces-verbaal van aangifte, p. 3.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 januari 2018;
- het proces-verbaal van aangifte, blad 1 en 2;
- het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , blad 1 en 2.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 januari 2018;
- het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] , blad 2 en 3;
- het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] , blad 2, vierde alinea vanaf “Ik hoorde [verdachte] tegen [slachtoffer 5] zeggen…” tot en met “… onder bedreiging”.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 januari 2018;
- het proces-verbaal van aangifte, blad 1 en 2, derde alinea.
6.BEWEZENVERKLARING
7.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
telkens openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd tegen personen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.
diefstal door twee of meer verenigde personen.
mishandeling.
medeplegen van een ander door bedreiging met geweld, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen.
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
8.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
9.OPLEGGING VAN STRAF
10.BENADEELDE PARTIJEN
€ 250,-. De rechtbank zal daarom de vordering tot het bedrag van € 362,50 toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 25 januari 2017 tot de dag van volledige betaling.
€ 362,50, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 25 januari 2017 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting niet worden aangevuld met een hechtenis, gelet op de schuldenproblematiek van verdachte.
€ 694,- komt voor vergoeding in aanmerking. De geleden immateriële schade stelt de rechtbank naar billijkheid vast op een bedrag van € 500,-. De rechtbank zal daarom de vordering tot het bedrag van € 1.194,- toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 28 mei 2016 tot de dag van volledige betaling.
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
jeugddetentie van 60 dagen;
50 dagenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
werkstraf, van
200 uren;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag van € 362,50, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2017 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 362,50 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2017 tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 0 (nul) dagen hechtenis;
- bepaalt dat verdachte van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij en/of (een van) haar mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde heeft vergoed;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 5] van het toegewezen bedrag van
- verklaart [slachtoffer 5] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 5] aan de Staat € 1.194,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 mei 2016 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 0 (nul) dagen hechtenis;
- bepaalt dat verdachte van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.