ECLI:NL:RBMNE:2018:2084
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen stopzetting en nihilstelling kinderopvangtoeslag 2013 en 2014
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de Belastingdienst die het voorschot kinderopvangtoeslag over 2013 en 2014 hebben herzien en stopgezet. Voor 2013 werd het voorschot op nihil gesteld omdat eiseres niet tijdig kon aantonen hoeveel uren haar toeslagpartner had gewerkt, ondanks herhaalde verzoeken om bewijsstukken. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht het recht op toeslag heeft ontzegd vanwege het ontbreken van bewijs over de gewerkte uren.
Voor 2014 heeft verweerder het voorschot stopgezet wegens onvoldoende gegevens, maar het bezwaar van eiseres tegen deze stopzetting werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend zonder verschoonbare reden. De rechtbank benadrukt dat de bezwaarperiode een fatale termijn is die strikt moet worden nageleefd.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door verweerder. Eiseres kan nog een herzieningsverzoek indienen binnen de wettelijke termijn. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de herziening en stopzetting van de kinderopvangtoeslag over 2013 en 2014 worden ongegrond verklaard.