ECLI:NL:RBMNE:2018:2061
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding met ex-partner
Eiseres ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar de gemeente trok deze in en vorderde de kosten terug omdat zij en haar ex-partner een gezamenlijke huishouding voerden op het uitkeringsadres. Dit werd onderbouwd met waarnemingen van de auto van de ex-partner bij het uitkeringsadres, getuigenverklaringen en een rapport van de Sociale Recherche.
Eiseres betwistte de feiten en stelde dat de verklaringen onbetrouwbaar waren en dat haar ex-partner niet zijn hoofdverblijf bij haar had. De rechtbank stelde vast dat het zwaartepunt van het persoonlijk leven van de ex-partner wel degelijk bij eiseres lag, mede door de frequente aanwezigheid van zijn auto en de getuigenverklaringen die dit bevestigden.
De rechtbank concludeerde dat eiseres de inlichtingenplicht had geschonden door niet te melden dat zij een gezamenlijke huishouding voerde. Op grond van de Participatiewet was de gemeente verplicht de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.